Brede werking sportdienst

1

Situering en structuur

Vlaanderen telt op het moment van de bevraging:

6.859.491

inwoners

(bron: fgov op 25/01/2025)

285

unieke gemeenten


13

centrumsteden


31

sportregio’s


243

gemeenten die actief zijn in een sportregio

42

gemeenten die niet actief zijn in een sportregio

Organisatie en personeelsinzet van de Vlaamse sportdiensten

68% van de Vlaamse sportdiensten werkt autonoom, terwijl 90% deel uitmaakt van een ruimere dienst binnen het gemeentelijk organogram. Meestal gaat het om de dienst Vrije Tijd (67%) gevolgd door Sport en Dienst(en)* (6%), Vrije Tijd en Dienst(en)* (6%), Beleven en Dienst(en)* (3%) en Mens (3%).

*Dienst(en) kunnen zijn: Jeugd, Cultuur, Onderwijs, Evenementen, Toerisme, Gezondheid, etc.

Binnen deze ruimere dienst zien we dat sport het vaakst geclusterd wordt met jeugd (80%), cultuur (79%), toerisme (59%), bibliotheek (59%) en evenementen (44%).

De Vlaamse sportdiensten zijn samen goed voor meer dan 1150 VTE. Van hen werkt:

52% van de VTE beschikt over een sportgerelateerd diploma*. Wanneer we dit opsplitsen per functieniveau, zien we duidelijke verschillen:

*Sportgerelateerd diploma: bachelor en/of master in een sport- of bewegingsrichting

Sport op de kaart houden

Sportdiensten blijven de motor van lokaal sportbeleid, maar een structureel personeelstekort zet de werking onder druk. Hoe zorgen Vlaamse steden en gemeenten ervoor dat sport ook in de toekomst een prominente plaats behoudt?

Meer weten

Sport op de kaart houden

Meer dan de helft (55%) van de sportdiensten geeft aan dat ze kampen met een structureel personeelstekort. Ze beschikken over voldoende mensen om het huidige aanbod draaiende te houden, maar hebben nauwelijks marge voor groei of nieuwe projecten. Ze hebben nood aan profielen als sportpromotor,  administratieve medewerker, deskundige sport en beleidsmedewerker.


Daarnaast zorgen evoluties zoals gemeentefusies en het clusteren van diensten voor een herverdeling van taken over verschillende diensten. Dat gaat gepaard met een toename van administratieve planlast, een mogelijk kwaliteitsverlies en minder ruimte voor strategisch sportbeleid. Het nadeel daarvan is dat sport dreigt minder prominent op de gemeentelijke agenda te staan.


Om de kwaliteit binnen de sportdienst te bewaken, is er een duidelijke vraag naar profielen met sportgerelateerde expertise, denk aan masters en bachelors met de nodige kennis en ervaring in de sportsector. Momenteel heeft iets meer dan de helft (52%) van de personeelsleden binnen de sportdiensten een sportgerelateerd diploma.


We zien daarnaast een tendens om externe sportorganisaties aan te stellen om bijvoorbeeld sportkampen of lessenreeksen te organiseren. Deze tendens wordt doorgaans positief ervaren, maar de bijbehorende coördinatie, die soms nog bij de sportdienst ligt, vraagt ook de nodige aandacht.

Extra uitdagingen voor het personeelsbeleid:

Tijdelijke personeelstekorten door pensioen of langdurige afwezigheid, zoals burn-out.

Een visie op de hogere werkdruk die voortkomt uit de vraag om meer aanbod en dienstverlening op maat te voorzien voor diverse doel- en leeftijdsgroepen.

De nood aan bijkomende personeelsinzet voor nieuwe sportinfrastructuur en strategisch beleidswerk.

52%

heeft een

sportgerelateerd

diploma

55%

kampt met een

structureel

personeelstekort

Zorg voor een strategische personeelsplanning

• Maak een meerjarenplan voor personeelsinzet gekoppeld aan infrastructuurprojecten en beleidsdoelen.


• Zorg voor een personeelsbuffer om te kunnen omgaan met langdurig zieken, piekperiodes en fusies.

Investeer in profielen met sportgerelateerde kennis

• Zet in op bachelors en masters met een sportgerelateerd diploma voor beleidsmatige taken en promotionele projecten.


• Evalueer de takenpakketten van medewerkers op C-niveau en zet waar mogelijk in op functieverbreding en -versterking, zowel door extra verantwoordelijkheden en ontwikkelingskansen te creëren als door hun rol binnen de organisatie te waarderen.

Versterk de administratieve ondersteuning

• Overweeg extra ondersteuning voor gedeelde administratieve functies binnen verschillende diensten.


• Investeer in digitale processen (zoals subsidies en reservaties) om tijdswinst te boeken.

Stimuleer samenwerking en flexibele inzet

• Stimuleer interne (dienstoverschrijdende) samenwerking en schakel externe partners in (zoals lesgevers).


• Zet studenten, flexi-jobbers, vrijwilligers en externe lesgevers in voor piekmomenten, maar zorg voor een goede coördinatie.

Maak tijd voor strategisch werk

• Zet in op beleidsontwikkeling en -evaluatie door uitvoerende taken te delegeren.


• Overweeg een sparringpartner of beleidsmedewerker voor sport.

Bereid je voor op nieuwe infrastructuur

• Voorzie bijkomend personeel en middelen bij de bouw van nieuwe infrastructuur (zoals zaalwachters, onderhoudspersoneel en promotoren).

2

Burgerparticipatie

Burgerparticipatie helpt sportdiensten om inwoners actief te betrekken bij het sportbeleid en beter in te spelen op lokale noden en behoeften.

Hoe organiseren sportdiensten burgerparticipatie?

65

%

van de gemeenten werkt uitsluitend met een klassieke sportraad

14

%

combineert een klassieke sportraad met een burgerplatform

6

%

 maakt gebruik van een overkoepelende adviesraad

5

%

 werkt uitsluitend met een burgerplatform

3,81

is de gemiddelde score die sportdiensten geven aan het belang van hun participatiestructuur.

Samenstelling

Participatiestructuren zijn meestal samengesteld uit sport­­verenigingen (90%), individuele burgers (51%), experts uit de sportsector (39%), leerkrachten lichamelijke opvoeding (30%) en experts uit andere sectoren (8%).

Rol en werking

Participatiestructuren hebben in de eerste plaats een adviserende rol. Daarnaast helpen ze bij het detecteren van noden en behoeften, fungeren ze als klankbord voor het gemeentelijk sportbeleid en ondersteunen ze de sportdienst bij het uitwerken van initiatieven.

Geplande wijzigingen

Bijna de helft van de gemeenten (46%) overweegt wijzigingen aan de huidige invulling van burgerparticipatie. Daarbij wordt vooral ingezet op een herziening van de algemene werking, een aanpassing van de samenstelling en een verschuiving van algemene naar themagerichte advisering.

Klassieke sportraad verliest terrein

De manier waarop gemeenten inwoners betrekken bij hun sportbeleid verandert snel. Klassieke sportraden maken steeds vaker plaats voor flexibele participatievormen, digitale platformen en thematische werkgroepen. Ontdek welke evoluties Vlaamse sportdiensten zien en hoe zij inspelen op de uitdagingen van participatie vandaag.

Meer weten

Klassieke sportraad verliest terrein

Heel wat gemeenten geven aan dat de klassieke sportraad niet meer functioneert zoals vroeger: er is te weinig verjonging, de leden geven eerder kritiek dan advies en ze handelen te vaak uit eigen- of clubbelang terwijl het belang van de inwoners centraal zou moeten staan.


Die vaststelling leidde ertoe dat veel sportdiensten hun sportbeleid op een vernieuwende en dynamischere manier willen afstemmen op de noden van hun inwoners. 46% van de gemeenten plant tijdens de huidige beleidsperiode dan ook aanpassingen aan de huidige participatiestructuur, met meer focus op themagerichte adviesverlening.


Het resultaat daarvan zijn flexibele participatievormen en nieuwe structuren, zoals burgerplatformen, werkgroepen per thema of project, open adviesmomenten en digitale bevragingen.


Dankzij deze nieuwe adviesvormen en -structuren – waarbij er meer aandacht is voor verjonging, verbreding en diverse achtergronden – zijn er ook bijkomende netwerkmogelijkheden voor deelnemers, sportdiensten en de schepen van Sport. We zien ook steeds vaker digitale participatieplatformen (digitale tools zoals Hoplr, Govocal of Deel Je Idee) ontstaan, die de drempel voor inwoners om te participeren sterk verlagen.


Het installeren van nieuwe participatiestructuren en -vormen is een positieve evolutie, waarvan we verwachten dat ze zich tijdens de huidige legislatuur zal doorzetten. Tegelijk brengt deze evolutie ook uitdagingen met zich mee. Sportdiensten geven aan dat dergelijke platformen een actieve en nauwe opvolging vereisen. Wanneer die opvolging ontbreekt, bijvoorbeeld door andere prioriteiten, bereiken de platformen niet altijd hun beoogde doel.


Zo merken sportdiensten dat digitale bevragingen in dergelijke gevallen vooral reacties opleveren van inwoners die al sterk betrokken zijn, waardoor de resultaten weinig representatief kunnen zijn. Daarnaast geven ze aan dat ook een relatief eenvoudig participatieplatform succesvol kan zijn, op voorwaarde dat het actief gepromoot wordt, gekoppeld is aan concrete thema’s of projecten en ondersteund wordt met de nodige begeleiding.

Meer focus op themagerichte adviesverlening

46%

van de gemeenten

plant aanpassingen

aan de huidige participatiestructuur.

Start klein en gericht.

• Focus op korte, thematische bevragingen in plaats van brede platformen.


• Zorg voor een koppeling aan een concreet project.

Herdefinieer je participatiestructuur.

• Combineer een adviesraad (experten, verenigingen, etc.) met een open platform voor burgers.


• Werk met werkgroepen per thema en/of project (bv. infrastructuur, inclusie, jeugd).


• Vermijd operationele taken zoals de organisatie van evenementen.

Maak digitale participatie laagdrempelig.

• Promoot digitale tools en platformen via sociale media, nieuwsbrieven en evenementen.

Verhoog de betrokkenheid.

• Organiseer netwerkmomenten en participatieavonden met een duidelijke en meetbare impact.


• Motiveer burgers door hen zichtbare resultaten van hun input te bezorgen.


• Communiceer duidelijk welke adviezen er (geheel of gedeeltelijk) worden opgevolgd.


• Overweeg regionale initiatieven om de participatie te versterken (bv. een netwerkavond voor alle sportverenigingen of adviesraden uit de regio).­

Verjong en diversifieer.

• Doe aan actieve werving van jongeren, niet-competitieve verenigingen en experten.


• Maak de deelname laagdrempelig (bv. via ad hoc-werkgroepen).

Focus op kwaliteit van advies.

• Zorg dat adviesraden beleidsmatig en strategisch werken, niet operationeel.


• Stel duidelijke huishoudelijke reglementen op en bewaak diversiteit (bv. jongeren, kansengroepen, experten).

Integreer participatie in je beleidscyclus.

• Koppel inspraakmomenten aan meerjarenplannen, infrastructuurprojecten en evaluaties.


• Organiseer netwerkmomenten en brainstormsessies.


• Gebruik je adviesraad vooral als sparringpartner.


• Voorzie burgerbudgetten als hefboom voor betrokkenheid.

Meet en analyseer.

• Meet de respons en analyseer de niet-deelnemers

3

Sportverenigingen en verenigingsondersteuning

Sportverenigingen vormen het kloppend hart van het sportlandschap. Ze brengen mensen samen, stimuleren duurzame sportparticipatie en dragen bij aan een actieve samenleving. Op basis van de cijfers die de sportdiensten zelf registreren en rapporteren, tellen de Vlaamse gemeenten samen 18.100 sportverenigingen.

Daarvan zijn er:

14.614

sportverenigingen erkend door de gemeente of stad.

10.994

verenigingen die een basis -of werkingssubsidie ontvangen.

Deze cijfers kunnen verschillen met data uit het kennis­platform van Sport Vlaanderen. Gemeenten bepalen zelf wat zij als een sportvereniging beschouwen, terwijl Sport Vlaanderen enkel verenigingen opneemt die aangesloten zijn bij een erkende sportfederatie.

Zowel financiële als niet-financiële ondersteuning

Een van de kerntaken van de lokale sportdiensten is de ondersteuning van sportverenigingen.

Deze ondersteuning gebeurt zowel financieel als niet-financieel.

De financiële ondersteuning richt zich vooral op:

• de algemene werking;

• jeugdsport;

• opleidingen en bijscholingen;

• infrastructuur;

• sportevenementen;

• sportprojecten.

Enkele sportdiensten voorzien ook subsidies voor G-sport, sociaal-sportieve projecten, jubilea en wielerwedstrijden.

De niet-financiële ondersteuning omvat voornamelijk:

• logistieke ondersteuning;

• aangepaste huurtarieven;

• uitlening van sportmateriaal;

• organisatie van opleidingen en bijscholingen;

• gratis onderhoud van sportaccommodaties.

Enkele sportdiensten voorzien ook renteloze leningen, gratis gebruik van sportinfrastructuur en nutsvoorzieningen, advies en begeleiding, en een nieuwsbrief.

Ondanks deze ondersteuning geeft 96% van de gemeenten aan dat hun sportverenigingen met problemen kampen. Het gaat dan voornamelijk over een tekort aan vrijwilligers, trainers en sportinfrastructuur.

Sportverenigingen hebben nood aan eenvoud, ruimte en gerichte ondersteuning

Sportverenigingen vormen het kloppend hart van het lokale sportaanbod, maar hun werking staat steeds vaker onder druk. Welke ondersteuning hebben ze nodig om ook in de toekomst sterk te blijven functioneren?

Meer weten

Sportverenigingen hebben nood aan eenvoud, ruimte en gerichte ondersteuning

Sportverenigingen worden vandaag geconfronteerd met een combinatie van complexe regelgeving, toenemende maatschappelijke verwachtingen en structurele tekorten aan middelen en vrijwilligers. De resultaten tonen aan dat er nood is aan vereenvoudiging, versterking en gerichte ondersteuning. Hieronder worden de belangrijkste bevindingen uit de bevraging samengevat, aangevuld met praktijkvoorbeelden uit het werkveld.

1.

Complexiteit in het subsidielandschap

De veelheid aan subsidiereglementen zorgt voor verwarring en verhoogt de administratieve werkdruk. Werkingssubsidies, de basissubsidie voor veel erkende sportverenigingen, zijn vaak gekoppeld aan jeugdwerking en gediplomeerde trainers. Daarnaast bestaat vandaag een breed gamma aan subsidiereglementen zoals project-, investeer-, impuls-, werkings-, prijs-, infrastructuur-, nominatieve, evenement-, jeugd-, G-sport-, wielerwedstrijd- en onderhoudssubsidies.

2.

Infrastructuur: een structureel knelpunt voor groei

Sportinfrastructuur blijft een structureel knelpunt. Hoewel het aantal kunstgrasvelden toeneemt en energietoelages aan belang winnen, richten subsidiestromen zich voornamelijk op grotere investeringen. Daardoor beschikken sportverenigingen niet altijd over voldoende middelen voor onderhoud en kleine herstellingen, wat een blijvende uitdaging vormt. Grotere investeringen zijn doorgaans vooral haalbaar voor verenigingen met een eigen accommodatie, waardoor verschillen tussen verenigingen kunnen toenemen. Bovendien leiden een tekort aan sportoppervlakte en kleedruimtes tot ledenstops en beperken ze de groeimogelijkheden van verenigingen.

3.

Subsidies als hefboom voor beleid

Subsidies kunnen krachtige hefbomen zijn. Impulssubsidies stimuleren bv. projecten rond inclusie, samenwerking en duurzaamheid. Grote evenementen kunnen via uitstralingstoelages bijkomende ondersteuning ontvangen, terwijl borgstellingen ambitieuze projecten mogelijk maken. Het potentieel is groot, op voorwaarde dat subsidies eenvoudig en toegankelijk blijven.

4.

Ondersteuning is meer dan geld

Veel verenigingen rekenen op logistieke en organisatorische steun. Denk aan gratis of gereduceerde huurtarieven (vooral voor jeugd), gemeentelijk onderhoud en hulp bij evenementen met bekers, busvervoer en (sport)materiaal. Die steun is echter niet overal gelijk verdeeld, wat ongelijkheid tussen verenigingen in de hand werkt.

5.

Tekort aan menselijk kapitaal

Een groeiend tekort aan vrijwilligers en trainers zet de werking van veel verenigingen onder druk. Verenigingen zijn vaak sterk afhankelijk van een beperkte groep geëngageerde vrijwilligers en kampen met een tekort aan gekwalificeerde trainers.

6.

Financiële en maatschappelijke druk neemt toe

Stijgende kosten voor energie en verhoogde bijdragen (bv. voor verzekeringen en verhuurtarieven) zorgen ervoor dat lidgelden vaak omhoog moeten. In een context van groeiende diversiteit, taaluitdagingen en armoede leidt dit tot problemen rond toegankelijkheid.

7.

Samenwerking blijft een uitdaging

Hoewel sportdiensten fusies en samenwerking tussen verenigingen stimuleren, blijkt dit in de praktijk vaak moeilijk realiseerbaar. Drempels zoals organisatorische complexiteit, gevoeligheden binnen verenigingen en administratieve lasten bemoeilijken samenwerking.

Tekort aan sportoppervlakte en kleedruimtes leiden

tot ledenstops

De veelheid aan subsidiereglementen

verhoogt de administratieve werkdruk

Vereenvoudig subsidiereglementen

Bundel verschillende subsidiestromen in een transparant en gebruiksvriendelijk systeem met duidelijke voorwaarden en procedures.

Maak subsidies eenvoudig en toegankelijk

Digitaliseer de aanvraag- en opvolgingsprocedures, communiceer helder over voorwaarden en evalueer regelmatig de impact van toegekende subsidies.

Bied ook niet-financiële ondersteuning

Zorg voor een transparant reglement voor logistieke en organisatorische ondersteuning en onderhoud een structurele dialoog met sportverenigingen.

Investeer in vrijwilligers en trainers

Ondersteun verenigingen met opleidingen, administratieve vereenvoudiging en initiatieven die vrijwilligers en bestuursleden aantrekken en behouden.

Bewaak de betaalbaarheid van sport

Ondersteun verenigingen bij stijgende kosten en zet in op maatregelen die sport toegankelijk houden voor iedereen.

Stimuleer samenwerking tussen verenigingen

Organiseer netwerkmomenten, begeleid verenigingen bij samenwerking of fusies en ondersteun hen bij complexe subsidie- en projectdossiers.

4

Opleidingen en bijscholingen

Opleidingen en bijscholingen zijn dé ideale manier om de kennis en vaardigheden van lokale sportbegeleiders te ontwikkelen en up-to-date te houden.

VTS-opleidingen

Uit de bevraging blijkt dat 30% van de gemeenten tijdens de vorige legislatuur een opleiding organiseerde in samenwerking met de Vlaamse Trainersschool (VTS). 61% geeft aan interesse te hebben om in de huidige legislatuur een VTS-opleiding te organiseren.

De meest georganiseerde VTS-opleidingen zijn:

12

%

 Start2Coach

11

%

Initiator

8

%

Hoger Redder

7

%

Multimove­begeleider

Deze opleidingsvoorkeuren blijven ook in de huidige legislatuur behouden. Opvallend is dat Coach4Skills, een nieuwe opleiding binnen het VTS-opleidingsaanbod, een interessante aanvulling blijkt voor gemeenten.

Vorming zonder drempels

Sportdiensten geven de Vlaamse Trainersschool

4,07

op

5

gemiddelde tevredenheidsscore

Sportdiensten geven de Vlaamse trainersschool een gemiddelde tevredenheidsscore van 4,07 op 5. Ze waarderen vooral de kwaliteit van het aanbod en beschouwen de Vlaamse Trainersschool als een betrouwbare partner voor de opleiding van sportkaders met een breed aanbod. Tegelijkertijd geven de sportdiensten ook enkele drempels aan, zoals de toelatingsvoorwaarden, de communicatie over het aanbod, de zoekfunctie op de website en het gebruik van VTS-betaalcodes. Volgens de sportdiensten kan meer regionale samenwerking een van de oplossingen zijn om de organisatiebelasting voor de organisator en verplaatsingsdrempels voor deelnemers te verlagen. Tot slot beschouwen sportdiensten Start2Coach als de ideale opstap voor beginnende lesgevers, door het sporttakoverschrijdende en toegankelijke karakter.


Meer informatie vind je op de website van de Vlaamse Trainersschool.

Andere opleidingen en bijscholingen

73

%

van de gemeenten

organiseerde tijdens de

 afgelopen legislatuur  ook andere opleidingen of bijscholingen.

De belangrijkste doelgroepen zijn:

De meest voorkomende thema’s zijn:

Rol van de sportdienst

Maar liefst 95% van de sportdiensten beschouwt het als zijn kerntaak om mensen te stimuleren om opleidingen en bijscholingen te volgen. Daarbij nemen ze zelf vooral de organisatie van sporttakoverschrijdende opleidingen op. Voor sporttakspecifieke opleidingen zien ze voor zichzelf eerder een faciliterende rol weggelegd, en gebeurt de organisatie voornamelijk door sportfederaties en -verenigingen.

5

Bovenlokale samenwerking

Wanneer meerdere gemeenten of regio’s hun sportaanbod, sportinfrastructuur en expertise bundelen, ontstaat er een sterke bovenlokale samenwerking. Deze samenwerking zorgt voor een efficiëntere inzet van middelen en een groter bereik. Sportregio’s vormen hiervan een mooi voorbeeld: ze bieden een structureel samenwerkingsverband waarin lokale besturen samen uitdagingen aanpakken, expertise uitwisselen en gezamenlijke initiatieven ontwikkelen.

Uit de bevraging blijkt dat 85%van de sportdiensten actief is binnen een sportregio.

Daarnaast geeft

76

%

aan zich goed te voelen binnen de huidige sportregio.

Het belang van de regionale samenwerking wordt hoog ingeschat met een gemiddelde score van:

4,53

op

5

Wat maakt een sportregio succesvol?

Sportdiensten die tevreden zijn over hun sportregio benadrukken vooral de voordelen van kennis- en ervaringsuitwisseling, duurzame samenwerkingen, een sterk netwerk van sportcollega’s en de mogelijkheid om gemeenschappelijke uitdagingen aan te pakken.

Sportdiensten die zich minder thuis voelen binnen hun sportregio verwijzen voornamelijk naar een minder logische geografische afbakening en een gebrek aan gemeenschappelijke uitdagingen, waardoor een samenwerking minder vanzelfsprekend wordt.

Ook de samenwerking met Sport Vlaanderen wordt sterk gewaardeerd.

Sportdiensten die actief zijn in­­ een sportregio beoordelen deze samenwerking met gemiddelde van:

4,47

op

5

Bij de centrumsteden is dat:

4,43

op

5

Sportdiensten verwachten voor hun sportregio van Sport Vlaanderen vooral:

Centrumsteden hebben vooral behoefte aan een apart overleg voor centrumsteden, aangevuld met inspiratie via goede voorbeelden en verdere verdieping van relevante thema’s.

Bovenlokale projectondersteuning

Via de bovenlokale projectondersteuning biedt Sport Vlaanderen financiële steun aan sportregio’s en centrumsteden. Zij kunnen subsidies aanvragen voor sportpromotionele en beleidsmatige projecten. Tijdens de voorbije legislatuur maakte 91% van de sportdiensten gebruik van deze ondersteuning. In 2025 bereikten ze met alle ondersteunde projecten samen ongeveer 77.000 deelnemers.

De tevredenheid over deze ondersteuning is hoog

4,23

op

5

gemiddelde tevredenheidsscore

6

Sportevenementen

Sporters en supporters samenbrengen voor een unieke sportbeleving, dat is de kracht van sportevenementen. Lokale sportdiensten spelen hierbij een belangrijke rol als ondersteuner van organisatoren én als promotor van evenementen in hun gemeenten.

71

%

van de sportdiensten kent de subsidiemogelijkheden van Sport Vlaanderen voor sportevenementen met een regionale uitstraling.

34

%

neemt initiatieven om deze subsidiemogelijkheden onder de aandacht te brengen.

42

%

ondersteunt sportevenementen met een regionale uitstraling die door derden worden georganiseerd.

Sportdiensten maken de subsidiemogelijkheden van Sport Vlaanderen vooral bekend via nieuwsbrieven, mailings, sociale media, algemene vergaderingen en gerichte communicatie naar potentiële organisatoren.

Bij sportevenementen, georganiseerd door derden, fungeren de sportdiensten vooral als eerste aanspreekpunt.

Daarnaast helpen ze de organisatoren met:

• logistieke ondersteuning;

• gezamenlijke promotie;

• een voor- en/of natraject;

• en financiële ondersteuning.

Ontdek alles over de subsidies voor sportevenementen met een regionale uitstraling.

7

Sportinfrastructuur

Sportinfrastructuur vormt de basis voor een kwaliteitsvolle, veilige en toegankelijke sportbeleving. Het gaat om alle fysieke voorzieningen die sporten en bewegen mogelijk maken, zoals sporthallen, zwembaden en binnen- en buitensportterreinen.

Renovatie- en uitbreidingsplannen

De bevraging toont duidelijk aan dat sportinfrastructuur een topprioriteit is voor de Vlaamse sportdiensten.

75

%

heeft renovatieplannen

74

%

plant nieuwe sportinfrastructuur

De renovatienoden situeren zich voornamelijk bij de randinfrastructuur (48%), zoals kleedkamers en sanitair, maar ook bij sporthallen (41%), kunstgrasvelden (21%), buitensportinfrastructuur (13%) en zwembaden (11%). De voornaamste drijfveren zijn modernisering, energie-efficiëntie, duurzaamheid, veiligheid en toegankelijkheid.


Voor nieuwe sportinfrastructuur ligt de focus op sporthallen (24%), kunstgrasvelden (23%), buitensportinfrastructuur (21%), skateparken (12%) en zwembaden (12%).


 85% van de gemeenten geeft aan dat verschillende infrastructuurnoden niet verwezenlijkt kunnen worden door onvoldoende budget of een gebrek aan beschikbare ruimte. Dat is vooral bij sporthallen, zwembaden en kunstgrasvelden het geval.

Nood aan intergemeentelijke samenwerking

Sportinfrastructuur stopt niet aan de gemeentegrenzen.

63% van de sportdiensten heeft nood aan intergemeen­telijke samenwerkingen voor sportinfrastructuur.

Deze samenwerking richt zich vooral op:

• het opvangen van de tekorten van buurgemeenten;

• het maken van prijsafspraken voor verhuur en exploitatie;

• samenwerking voor zwembaden.

Gebruik van de dienstverlening van Sport Vlaanderen

Sportdiensten maken in verschillende mate gebruik van de dienstverlening die Sport Vlaanderen aanbiedt:

49

%

maakt gebruik van subsidies voor bovenlokale sportinfra­structuur.

54

%

gebruikt de sportinfra­structuur­databank (SPAKKI).

39

%

neemt deel aan de groepsaan­kopen.

10

%

werkt al met het label toegankelijke sportinfra­structuur.

Sterke waardering, duidelijke verwachtingen

de dienstverlening van Sport Vlaanderen bedraagt​​​​​​​

3,94

op

5

gemiddelde tevredenheidsscore

De dienstverlening van Sport Vlaanderen wordt duidelijk gesmaakt door de sportdiensten. Toch ziet 36% van de gemeenten nog mogelijkheden om deze verder te ver­sterken. Extra ondersteuning voor nieuwbouw, renovatie, toegankelijkheid en herbestemming van sportinfra­structuur zijn de voornaamste. Daarnaast is er ook vraag naar een evenwichtiger spreiding van subsidies, inspirerende praktijkvoorbeelden en ondersteuning voor kleinere lokale projecten.


Kom meer te weten over sportinfrastructuur.​​​​​​​

8

Routes

Sport- en beweegroutes stimuleren mensen om te sporten en te bewegen in hun omgeving. Vlaanderen beschikt vandaag over een uitgebreid aanbod aan permanente en bewegwijzerde routes, zoals (offroad)fiets- en looproutes, skeelerroutes en peddelroutes.

Ambities voor nieuwe routes

Veel gemeenten zien nog mogelijkheden om hun netwerk van sport- en beweegroutes verder uit te bouwen.

62

%

heeft interesse in de aanleg van nieuwe routes.

36

%

heeft plannen om bestaande routes te renoveren.

De vijf meest genoemde nieuwe routes zijn:

Om de routes veilig, aantrekkelijk en kwaliteitsvol te houden, is een goede opvolging essentieel. Renovaties zijn daarbij soms noodzakelijk.

De komende legislatuur willen sportdiensten voornamelijk volgende routes renoveren:

Daarnaast zetten sportdiensten in op verschillende maatregelen om de kwaliteit van bestaande routes te bewaken:

• De aanstelling van een meter of peter voor periodieke controles (64%);

• Goede afspraken met de technische dienst over onderhoud (54%);

• De opvolging van meldingen via het Routemeldpunt van Sport Vlaanderen (51%);

• Eigen controles door de sportdienst of andere gemeentelijke diensten (42%).

Voor het Routemeldpunt zien we dat 58% van de gemeenten ​​​​​​​daarvan gebruik maakt.

3,89

op

5

gemiddelde tevredenheidsscore

Hoewel gemeenten veel inspanningen leveren om hun routes te onderhouden, heeft slechts 15% zicht op het effectieve gebruik van 

zijn sport- en beweegroutes.


Een beperkt aantal maakt gebruik van tellers, Strava Metro of een slimme camera om het gebruik ervan te meten. De meeste sportdiensten baseren zich op schattingen en op basis van zichtbare gebruikssporen.

Sterke routes vragen blijvende ondersteuning

Sportdiensten beoordelen de ondersteuning van Sport Vlaanderen voor de sport- en beweegroutes positief.

4,22

op

5

gemiddelde tevredenheidsscore

Tegelijk vragen sommige sportdiensten bijkomende ondersteuning bij het beheer van sport- en beweeg­routes. Daarbij ligt de focus op onderhoud, de opvolging van meldingen en de monitoring van het gebruik. Daarnaast is er behoefte aan betrouwbare data en meer persoonlijke begeleiding bij de opstart of renovatie van routes, in het bijzonder voor mountainbike- en gravelroutes.


Lees meer over routes.

9

Beweegvriendelijke openbare ruimte

Een beweegvriendelijke openbare ruimte nodigt inwoners uit om spontaan te sporten en te bewegen. Het is een combinatie van toegankelijke, veilige en aantrekkelijke infrastructuur die beweging stimuleren.

Toekomstplannen

Maar liefst 73% van de sportdiensten heeft concrete plannen om de openbare ruimte beweegvriendelijker te maken.

Daarbij ligt de focus vooral op:

Voor 9% van de sportdiensten is een beweegvriendelijkere omgeving zelfs een expliciete prioriteit tijdens deze legislatuur. Om deze ambities waar te maken, is er behoefte aan inspirerende praktijkvoorbeelden, kennisdeling en sensibiliserende campagnes.

Nood aan praktische handvatten

Sportdiensten erkennen het belang van beweegvrien­delijke openbare ruimte, maar verwachten van Sport Vlaanderen vooral praktische ondersteuning, inspiratie en beleidsmatige handvatten.

Daarbij vragen ze specifieke aandacht:

• voor niet, licht en/of anders-georganiseerd sporten;

• trage wegen;

• parken;

• en data en innovatieve toepassingen.

Lees meer over een beweegvriendelijke omgeving.

10

Veilig sportklimaat

Een veilig sportklimaat zorgt ervoor dat iedereen kan sporten in een omgeving waar respect, welzijn en veiligheid centraal staan. Het gaat onder meer over blessurepreventie, integriteit, gezondheid en de aanpak van grensoverschrijdend gedrag. Organisaties zoals Sportieq, het Vlaams Sporttribunaal en NADO Vlaanderen ondersteunen het sportveld daarbij.

Actieve inzet op veiligheid

71

%

zet actief in op een veilig sportklimaat.

41

%

werkt daarvoor samen met andere gemeentelijke diensten.

Die samenwerking gebeurt vooral met de diensten Jeugd, Welzijn, Gezond­heid en Preventie.

Daarbij vragen ze specifieke aandacht:

Instrumenten zijn er, toepassing blijft uitdagend

Hoewel er vandaag al heel wat instrumenten beschikbaar zijn, ervaren somige sportdiensten uitdagingen bij de toepassing ervan in de praktijk. Ze vragen daarom meer sensibilisering voor het thema, evenals praktische tools en duidelijk stappenplannen.


Ontdek alles over de creatie van een veilig sportklimaat.

11

Europa

Europa biedt heel wat kansen om sportprojecten te versterken. Via verschillende programma’s en fondsen kunnen lokale besturen ondersteuning vinden voor initiatieven op het vlak van innovatie, inclusie en een duurzame sport- en beweegontwikkeling.

Bekendheid en interesse

57

%

van de sportdiensten kent één of meerdere Europese financierings­mogelijkheden.

34

%

 kent de Europese

Week van de Sport.

45

%

toont interesse in de

Europese mogelijkheden voor sport.

De vijf bekendste fondsen zijn:

1. Erasmus+ Sport;

2. Interreg;

3. Plattelandsontwikkeling (PDPO III);

4. Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO):

5. Europees Sociaal Fonds (ESF).

Europa vraagt een vertaalslag

De noden van de sportdiensten op het vlak van de Europese mogelijkheden zijn duidelijk. Ze willen een heldere, eenvoudige en praktische vertaling van alle Europese programma’s voor hun eigen lokale context.


Lees meer over de Europese mogelijkheden voor sport.

12

Kennis, data en innovatie

Kennis, data en innovatie vormen een belangrijke basis voor een sterk lokaal sportbeleid. Ze helpen sportdiensten om onderbouwde keuzes te maken, trends op te volgen en nieuwe opportuniteiten te ontdekken.

Sportdiensten maken regelmatig gebruik van de kennis- en dataproducten van Sport Vlaanderen.

De meest gebruikte zijn:

Behoefte aan inspiratie en uitwisseling

Om beleidsprioriteiten te bepalen en evoluties binnen de sportsector op te volgen is er vooral nood aan inspiratie en kennisuitwisseling. Goede praktijkvoorbeelden, studiedagen, webinars en netwerkmomenten worden daarbij het meest gewaardeerd.

Betrouwbare data zijn essentieel voor een sterk en onderbouwd sportbeleid. Daarom blijft het belangrijk dat zowel de sportdiensten als Sport Vlaanderen databanken correct en actueel houden.


Ontdek het Kennisplatform van Sport Vlaanderen met publicaties, factsheets en dashboards.